van der HargEen lange brief van Jacques Hofstede |
De familie "van der Hargh"In de "suid-buurt" van Maasland en in het ambagt van Kethel lag van oudsher een klein riviertje, de Hargh of Harrigh genaamd, waaraan rond 1600 verschillende families woonden, die daaraan hun naam ontleenden.
Dit lag geheel anders met Jasper Corneliszoon van der Hargh, waarschijnlijk een zoon van Corneliszoon Jaspers, die in 1609 optad als voogd van zijn zwager Cornelis Corneliszoon de Vlieger en waarschijnlijk wel met diens zuster getrouwd was. Jasper Corneliszoon had een zuster Jorisje die getrouwd was met Gerrit Dirx Vegter. Jasper zelf was gehuwd met Trijntje Adriaens, een zuster van Cornelis Ariens Uyttendoorn. In 1639 maakten zij hun testement op 1 september re Delft. Hun oudste zoon Arend was reeds getrouwd, alsmede hun dochter Magdaleentje met Maerten van der Gaegh. Hun vijf jongste kinderen waren toen nog beneden de 25 jaar en ongehuwd met name:
In 1663 blijkt Jasper overleden te zijn en ook de twee oudste kinderen leven dan al niet meer. De inventaris wordt opgemaekt door een notaris in Schiedam. Erfgenamen zijn:
Een jaar later, op 23-07-1664 worden Jan Jasperszoon en Cornelis Jaspersz te samen gestelde voogden over de nagelaete weeskinderen van Saliger Arent Jaspers Uyttendoorn, overleden in de Noord-Kethel, op 10-11-1664 wordt beschikt over de goederen "opgecommende bestroven soo door doode en de overlijden van haere vader ende moeder als van Jasper Corneliszoon van der Harch."
Typisch is dat na 1663 niet meer over Cornelis den Oude of de Jonge gesproken wordt. Waarschijnlijk was Cornelis Jasperszoon van der Hargh de oude in die tijd al overleden. Een van de twee Cornelissen was gehuwd met Nelletje Huybregts en liet op den 3-8-1653 door de pastoor van Schiedam op rondreis een dochtertje Barbara dopen in Maeslandt. De langstlevende Cornelis Jasperszoon van der Hargh was gehuwd met Leentie Symons Swartert, woonde in de suidbuurt van Maeslandt, en maakte met haar op 10-11-1686 een testament. In Januari 1671 trouwde Jan Cornelis van der Hargh uit Absregt met Nelletje Pieters van Rijt uit de Vrije BAn. Dit is kennelijk de zoon van de oudste Cornelis, die waarschijnlijk ook degene was die Neeltje Huybregts trouwde en het eerste overleed. Pieter JAsperszoon van der Hargh was gehuwd met Maertie Vrancken van Rijt en woonde op de Souteveen tussen Schipluiden en Vlaerdingen ambagt, De Schiedmanse pastooor op doorreis doopte daar Catharina 5-9-1658, Claessie 7-3-1660 en Willem op 11-9-1661. Op 14-3-1697 waren beiden nog in leven en deelden de erfenis van Claesge Vrancken van Rijt met de vijf kinderen van WIllem Vrancken van Rijt en de zes kinderen van Claes Vracken van Rijt. Toch werd ook nog na 1663 aan de naam Cornelis een bijvoegsel gegeven. Jan Jasperszoon benoemde in 1682 o.a. tot voogd: "Cornelis Jasperszoon de Jopghe sijn broeder".
In 1702 had ene Jasper Corneliszoon van der Hargh honderd gulden schuld aan Maertie Cornelis van der Hargh, weduwe van Dirk Abraham van den Bosch. Deze Maertie bezat een geregt vierde part van een huis aam de kade in Maeslandt, waarvan drie vierde parten aan Catharina van der Hargh toekwam. Deze Maertie woonde ook in Maesland.
Jan Jasperszoon van der Hargh was gehuwd met Chieltje Gielen, woonde in Maeslandt, waar door de pastoor van Schiedam twee kinderen werden gedoopt: Johannes op 24-6-1654 en Catharina op 21-1-1657. Op 15-9-1653 werd Jan Jasperszoon ziek en kwam de notaris uit Delft naar Maeslandt. "Jan Jaspersz sieckelijk van lighaam bij de bieren sittende". Tot voogden werden benoemd: Zijn broers Arend en Cornelis, en ook Leendert, haar swager wonende Overmaes, JAcob Noordervliet wonende in Maeslandt. Bijna 70 jaar later werd wegens zijn overlijden de boedel verdeeld. Op 21-1-1682 was Jan Jaspersz wederom ziek en werd een testament gemaakt. Nu kwam Cornelis de Winter, notaris tot Maessluis. Jan was nog steeds bouwman binnen de dorpe van Maeslandt, en Chieltje Gielen was nog "Klouk en gesond". Tot voogden werden benoemd: Cornelis Jasperszoon van der Harg de Joghe "syn broer", Chiel Janszoon, Paulus Pieter van den Polder, bouwman aan de Maesdijk. Op 4-2-1682 werd het testament dereciteerd en geapprobeerd bij Schout en de regte van Maeslandt. Op 14-6-1691 maakte hij weer een nieuw testament in Delft. Erfgenamen waren: zijn kinderen Michiel, Cornelis, Arie, Catharina, Maria ende Magdalena. Voogden waren: Corneliszoon van der Hargh "syn broer", Arie Janszoon van der Hargh "syn soon", ende Cornelis Arents, bakker te Maessluis. Op 27-6-1696 excludeert hij de geregte van Maeslandt.
Cornelis Janszoon van der Hargh en Maria Teunis van der Bargh, woonden in Rijswijk en lieten daar vele kinderen dopen, soms vier in andeere half jaar tijd, waaronder ene Japser Corneliszoon van der Hargh in 1680. Michiel Janszoon had o.a. een zoon Jacobus en een zoon Michiel. Deze Michiel Michielse van der Hargh (harok) trouwde met Jannetje Ariens van der Drift. zij woonden aanvankelijk onder Rijswijk docht later onder Loosduinen. Zij hadden veel kinderen o.a. Jan, Jacob, Hendrik, Arie en Jasper. Deze bevolkten het Westland en Den Haag met de naam Hargh, Hark en Ark. Nog iets over bidprentjes. Het oudste bekende bidprentje in Nederland (zo'n 250 jaar oud) is van ene van der Hargh, naar ik meen Job van der Hargh uit de tak van Arie Jansz. |